We hebben weer een rijdag en gaan vandaag eindelijk de grens over met Canada! Het is een mooie route langs Lake Superior. Het meer is alleen niet zo heel veel in beeld, want alles is dicht begroeid en er staan ook heel veel huizen tussen de weg en het water. We stoppen een paar keer bij mooie kliffen en een gave waterval. Als we langs een lang stuk strand komen, stoppen we daar ook nog even. Ik wil nog wel wat steentjes kijken. Ook hier is een groepje aan het zoeken met heel handige stokken met aan het einde een klein zeefje. Zo hoef je niet de hele tijd te bukken. Ook hier moet je goed kijken, want het het strand ligt bezaaid met ordinaire kiezels. Ik graaf wat langs de waterrand en vind wel wat interessante dingen, maar zal de loep er op moeten zetten om zeker te zijn dat het iets is. Eigenlijk willen we ook nog ergens lunchen, maar er komt niet echt wat leuks langs, dus maken we zelf wat aan een gezellige picknicktafel in het gras vlak voor we de grens over gaan.

Het is helemaal niet druk op de weg. Je vraagt je echt af of dit komt door de onderlinge verhoudingen of dat het altijd zo rustig is hier. Dit is duidelijk een toeristische route zo langs het water, dus het zou logisch zijn dat zo midden in het hoog seizoen hier veel mensen zouden rijden. Bij het Canadese douane gebouw staat een Pride bord in mooie regenboogkleuren! ‘Pride lives here’ staat er op, echt gaaf dat ze dat doen! Het is belangrijk om zo’n signaal af te geven en het zegt wel wat dat dit bij de Canadees-Amerikaanse grens staat. De vrouw die onze paspoorten controleert is erg vriendelijk en stelt ons wat standaard vragen over waar we naar toe gaan, hoe lang we blijven, of we wapens, alcohol of wiet bij ons hebben: nee. En of we bear spray hebben. Yep, dat hebben we, voor als we gaan fietsen. Oké, dat moeten ze dan even controleren, want je mag geen traangas o.i.d. bij je hebben (in Amerika kan je dat kopen in kleine verpakkingen als verdediging tegen bv ongewenst gedrag van mannen), maar bear spray is ook (lijkt me wel handig in deze omgeving).

Het is nu nog 1,5 uur rijden tot Sleeping Giant Provincial Park. Een heel groot natuurgebied met heel veel trails. Het is zo mooi hier en heel bosrijk. Als we op de camping aankomen, moeten we ons melden bij de receptie. We stappen allebei uit de auto en worden meteen overvallen door muggen, niet normaal, hele zwermen. Ze lijken gelukkig niet en masse te prikken, maar irritant is het wel! Terwijl we kletsen met het vriendelijke meisje die ons incheckt, staan we om ons heen te zwiepen met alles wat een beetje zwiept! Helaas is de plek die ik had gereserveerd niet echt leuk. Ook hier muggen ‘to the max’ en we vluchten de camper in. Eerst maar even een chipje eten en een serietje kijken. Buiten hebben we nu even niks te zoeken. Na een uurtje willen we toch nog even lopen en dan blijkt de plaag al een stuk minder. We zien mooie plekken direct aan het water en er is er eentje vrij. We besluiten terug te lopen naar de receptie om te vragen of er de komende dagen toevallig iets vrij is en we hebben geluk! We kunnen vanaf morgen voor twee volle dagen terecht op een mooie plek aan het water. Als we er even gaan kijken, dan voelen we ons echt mazzelkonten, omdat de plek op het puntje van een schiereilandje ligt, is het misschien wel de mooiste plek van de camping met water aan alle kanten.