Tja, als je leest in de gids over Newfoundland dat het plaatsje Witless Bay eind van de lente, begin van de zomer één van de grootste concentraties humpback walvissen ter wereld heeft, dan wil je daar natuurlijk naar toe. Laat het nou maar 45 minuten rijden zijn van waar we nu staan. Ik heb besloten om niet meer met een walvistour de zee op te gaan, maar hoop ze wel vanaf de kant te zien!

Omdat we helemaal niet ver hoeven te rijden, doen we lekker rustig aan. We moeten allebei nog even wat op onze computer doen en rijden uiteindelijk rond 1 uur weg. Eerst even langs Tim Hortons voor koffie en een donut. Misschien wel mijn favoriete zoetje. Bij de meeste taartjes en gebakjes ben ik tevreden met een paar happen of de helft, maar kom niet aan mijn donut haha!

Voor we het weten zijn we er en besluiten we Harbor Street in te slaan en te kijken waar we dan uitkomen. Ja hoor, een strandje met een paar parkeerplekken. Helaas mogen we hier niet kamperen, er staat een bord ‘no overnight camping’. We spreken een man aan die op een bankje zit en vragen of hij uit de buurt komt. ‘Ja zeker!’ en dus raken we met hem aan de praat. Hij vertelt dat op dit moment de ‘Atlantic Capelin’ (familie van de spiering) en masse het strand op komen om hun eitjes te leggen, ook wel de ‘capelin roll’ genoemd hier. Het visje is een belangrijke schakel in de voedselketen: kabeljauw, zeevogels, walvissen en zeehonden zijn voor een groot deel afhankelijk van capelin. In Newfoundland is de capelin roll een goed moment om walvissen dichtbij de kust te zien, die de scholen achterna komen. We zien heel veel visjes, het koppie van een zeehondje maar nog geen walvissen.

De eitjes van de Capelin zijn kleverig en hechten zich aan zand- en grindkorrels. Afhankelijk van de watertemperatuur duurt de incubatie ongeveer twee tot drie weken. Na het uitkomen worden de larfjes door getij en golfslag de open zee in gespoeld, waar ze een planktonisch larvestadium doormaken. De jonge visjes voeden zich met zoöplankton en groeien in een paar jaar op.

Thom babbelt nog even verder en ik ga op het strand kijken. Je ziet de eitjes niet tot je een hand zand optilt en voelt dat het geen zand is maar duizenden kleine bolletjes. Overal op het grind liggen dode visjes. Het schijnt dat veel van deze vooral mannetjes het loodje leggen na deze taak.

Omdat we niet mogen kamperen hier, rijden we verder. Je kunt hier ook mooi wandelen, maar het is de eerste keer dat we zo’n openbare plek zoeken, dus laten we dat maar eerst gaan regelen. Op de app iOverlander delen mensen leuke overnachtingsplekken en we hebben twee opties gevonden. Eentje heeft onze voorkeur, want dat is bij een openbare vissteiger en boothelling en aan het eind van een doodlopende weg. Als we er aankomen, ziet het er perfect uit. Direct aan zee en veel parkeerplekken op grind. We zien iemand uit één van de huizen komen en Thom vraagt of het goed is als we hier kamperen. Ja hoor, geen enkel probleem zegt hij! Hoe leuk is dit! Terwijl we even met hem staan praten, zien we ver op zee de mist weer aankomen. Het is de hele dag al vrij zonnig weer en lekker warm, maar die mist brengt echt een ‘ijzige’ lucht mee. De man vertelt dat het hier in de winter heel mistig kan zijn en ‘all round miserable’! Oei!