26 aug: na een ontbijtje bij een gezellig koffietentje, nemen we nog even een kijkje in het museum. De expositie valt helaas tegen. Heel erg conceptuele kunst, iets waar ik zelden op aan sla. Helaas wordt er weinig aandacht besteed aan de geschiedenis van dit stadje, dat al zo’n 100 jaar kunstenaars aantrekt vanuit heel Canada. Jammer. Ook typisch is dat alle uitleg over het werk in het Frans is. Moet je je voorstellen dat het Rijksmuseum in Amsterdam alleen maar begeleidende tekst in het Nederlands laat zien. Het voelt heel krampachtig. Frans is hier duidelijk de voertaal, de meeste mensen spreken ook wel engels, maar vaak wel gebrekkig. Ik heb het AI nog eens gevraagd, maar er zijn hier ook vrij strakke regels over onderwijs. In principe moet iedereen naar een Franstalige openbare school, je mag alleen naar een Engelstalige school als bijvoorbeeld één van je ouders Engelstalig is opgevoed. Alle immigranten moeten kiezen voor Frans onderwijs, ook al is hun moedertaal Engels. Privescholen zijn er wel in het Engels, maar die zijn natuurlijk heel duur.

27 aug: We zijn aangekomen in Quebec City. We staan net buiten de stad op een veld dat voornamelijk bedoeld is voor busjes. Het is een erg relaxte plek, met om de hoek een stadsstrand. Verder is er heel veel industrie in dit gebied, maar wij hebben hier een parkachtig uitzicht. Thom is gisteren al even naar de stad gefietst en vandaag gaan we samen.

Quebec heeft een prachtig oud stadscentrum, dat stamt uit 1608. In het centrum staat ook het Château Frontenac hotel. Het is een bizar groot gebouw uit 1893. Eigenlijk is het een monsterlijk groot gebouw. Het is een creatie van de Canadian Pacific Railway. Directeur William Van Horne wilde langs zijn spoorlijn een keten van luxehotels om treinreizen aantrekkelijk te maken, en liet ze bouwen in de zogeheten château style, geïnspireerd op de kastelen van de Loire, met steile daken en torentjes.

We wandelen wat rond in het oude centrum, het is echt mooi, maar zoals met zoveel oude steden, erg toeristisch. Het is druk, maar gelukkig niet heel massaal. Ik denk dat dit één van de meest charmante steden in Noord Amerika is. Het heeft echt een enorm Franse vibe, maar we eten wel een pizzaatje voor de lunch. Ook verrassend lekker! Na de lunch lopen we terug naar de fietsen en rijden we via de rivier naar een buitenwijk waar een grote fietsenwinkel zit. Thom moet daar nog het één en ander inslaan, want als ik volgende week naar Nederland vlieg, gaat hij fietsen met Felix. Hij tikt nieuwe schoenen op de kop voor een prikkie en ik zie nog een mooie rugzak met backprotection afgeprijsd van 260 dollar voor 95! Mooi ding en ook nog zijn maat. Eigenlijk moet er ook nog naar zijn dropperpost en remblokjes gekeken worden, maar helaas zit de werkplaats helemaal vol. Heel vriendelijk blijft Thom een beetje doorvragen en uiteindelijk krijgt hij het voor elkaar dat ze alles vervangen en kunnen we er op wachten. We lopen naar een straatje verderop, waar veel restaurantjes en cafeetjes zijn, echt een heel gezellig sfeertje. Prima plek om even te wachten tot de fiets klaar is.

Rond half zes zijn we weer bij de camper en geen minuut te vroeg, want dan barst de regen los. De rest van de avond dondert het buiten en is het plotseling heel slecht weer!