We gaan naar de overkant van de Saint Lawrence rivier! Eigenlijk zouden we aan deze kant richting Quebec City rijden, maar als ik aan AI vraag wat leuk is om zometeen in de stad te doen, komt ie met een kunstenaarsdorpje ongeveer op 1,5 uur rijden, dat ook de moeite waard is om te bekijken. Daar hebben we wel oren naar, maar het is aan de andere kant van het water.
Het blijkt dat we om de hoek bij de camping een veerboot kunnen pakken en die hoeven we niet te reserveren. Als je er op tijd bent, mag je mee. Het is maar een uurtje varen door een beschermd ‘marine nature reserve’ waar veel walvissen zijn tijdens de zomer. Het weer is geweldig, er is geen zuchtje wind en na flink wat regen, is de zon doorgebroken. Terwijl we wachten, lopen we een rondje en als we bij een strandje over het water uitkijken, zie ik iets wits boven water komen en weer verdwijnen. Het is best wel ver weg, dus ik denk eerst een bootje, maar omdat er geen golven zijn, is het raar dat het steeds uit beeld verdwijnt. Ik loop naar de auto om de verrekijker te pakken en ja hoor, het is een Beluga walvis! Deze zijn wit en daardoor zijn ze duidelijk te zien als ze boven water komen. Het blijken er meer te zijn en tijdens de overtocht zien we ze redelijk dichtbij de veerboot, echt zo gaaf!
Volgens AI zijn deze beluga’s een geïsoleerde restpopulatie, achtergebleven na de laatste ijstijd toen het water hier nog arctisch koud was. Het is de enige walvisachtige die het hele jaar door in dit gebied zit. Ze eten, paren en krijgen hier hun jongen. De walvissen zijn pas vanaf acht à twaalf jaar wit. Ze hebben geen rugvin (een aanpassing aan het leven onder pakijs) en in tegenstelling tot de meeste walvissen kunnen ze hun kop draaien, doordat hun nekwervels niet vergroeid zijn. Vandaar dat ze je zo nieuwsgierig kunnen aankijken. Historisch zaten er zo’n 7.800 tot 10.100 dieren in deze omgeving; de jacht bracht dat aantal drastisch omlaag. Sinds het jachtverbod in 1979 is er nooit echt herstel gekomen. Nu leven hier iets van 2000 walvissen, ze staan als bedreigd geregistreerd.
Vanaf Saint Simon waar we weer aan land komen, is het nog een kleine 1,5 uur rijden. De weg gaat prachtig langs het water, echt een heel mooie route. Onderweg stoppen we bij een snackbar, eigenlijk wil ik gewoon een frietje, maar ik krijg poutine. Helaas, want het is me echt te veel een derrie zonder smaak. Thom heeft een friet met Italiaanse saus, maar die combinatie is het een beetje te weird en dus eet hij die van mij wel op!
Ik heb op iOverlander gezien dat je in het dorp zelf kunt overnachten op de parkeerplaats van de kerk. Je betaalt een paar tientjes entree. Heel slim, want de parkeerplaats is niet nodig behalve op zondag. Eigenlijk wil ik de kerk niet steunen haha! Maar ja, dit is wel pal in het centrum en in de loop van de middag stroomt het vol met andere campers. Erg leuk om te zien dat zoveel mensen er gebruik van maken. Hier in Quebec lijken ze de ‘Van Life’ hype tegemoet te komen, want we hebben al op een aantal parkeerplekken borden van ‘Go Van Life‘ gezien met informatie over dat je daar als busje mag overnachten. Ze hebben een heel netwerk van plekken.
- De parkeerplaats bij de kerk
- Na een enorme regenbui, lekker nog even zon in de camper.












Leave A Comment